Hoeveel spaargeld moet je hebben? Richtlijnen per leeftijd

Hoeveel spaargeld moet je eigenlijk hebben? Het is een vraag zonder een eenvoudig antwoord, want het hangt af van je levensfase, je vaste lasten en je persoonlijke situatie. Toch zijn er duidelijke richtlijnen die financieel experts hanteren. In dit artikel zetten we alles op een rij.

De vuistregel: 3 tot 6 maanden vaste lasten

De meest gebruikte richtlijn is om minimaal 3 tot 6 maanden aan vaste lasten als buffer aan te houden. Dit geld, ook wel een noodfonds genoemd, is bedoeld voor onverwachte situaties: ontslag, een kapotte auto, ziekte, of een noodzakelijke reparatie aan huis.

Waarom 3 tot 6 maanden? Omdat het gemiddeld 3 maanden duurt om een nieuwe baan te vinden na ontslag. Met 6 maanden buffer heb je extra ruimte als het langer duurt, of als er meerdere tegenvallers tegelijk komen.

Wat zijn je vaste lasten?

Tel de volgende bedragen bij elkaar op om je maandelijkse vaste lasten te berekenen:

  • Huur of hypotheek (inclusief servicekosten)
  • Energie (gas, elektriciteit, water)
  • Verzekeringen (zorg, aansprakelijkheid, inboedel, opstal)
  • Boodschappen (schat realistisch, niet te laag)
  • Vervoer (auto, OV, fiets onderhoud)
  • Abonnementen (telefoon, internet, streaming)
  • Gemeentelijke belastingen

Voorbeeld: als je vaste lasten 2.000 euro per maand bedragen, heb je een noodfonds nodig van 6.000 tot 12.000 euro. Dat klinkt veel, maar je hoeft het niet in een keer op te bouwen.

Richtlijnen per leeftijd

De hoogte van je ideale spaarbuffer verschuift door je leven heen. Hieronder vind je richtlijnen per leeftijdsgroep, gebaseerd op adviezen van het Nibud en financieel planners.

18-25 jaar: EUR 2.000 tot 5.000

Als je jong bent en weinig vaste lasten hebt (misschien woon je nog thuis of in een studentenkamer), is een kleinere buffer voldoende. Focus op het aanleren van de gewoonte om te sparen. Zelfs 50 euro per maand is een begin. Het belangrijkste in deze fase is dat je geen schulden maakt (behalve een eventuele studieschuld) en leert om minder uit te geven dan er binnenkomt.

25-35 jaar: EUR 5.000 tot 15.000

Dit is de leeftijd waarop je vaste lasten stijgen: eigen huurwoning, auto, misschien een eerste hypotheek. Je noodfonds moet meegroeien. Als je samenwoont of een partner hebt, kun je het noodfonds delen, maar houd er rekening mee dat jullie samen ook hogere vaste lasten hebben. Lees ook: hoeveel spaargeld op je 30e.

35-50 jaar: EUR 10.000 tot 25.000

Met een gezin, hypotheek en hogere verantwoordelijkheden groeit de behoefte aan een stevige buffer. Denk niet alleen aan je eigen situatie, maar ook aan die van je kinderen. Een kapotte cv-ketel, onverwachte medische kosten of het plotseling moeten vervangen van een auto kunnen flink aantikken.

50-65 jaar: EUR 15.000 tot 40.000

Richting je pensioen wordt je buffer belangrijker. Na je 50e is het lastiger om na ontslag een vergelijkbare baan te vinden. Bovendien kunnen gezondheidskosten toenemen. Tegelijkertijd is dit de fase waarin veel mensen hun hypotheek (deels) hebben afgelost, waardoor de vaste lasten kunnen dalen.

65+: EUR 10.000 tot 25.000

Na je pensionering heb je geen risico op ontslag meer, maar wel op onverwachte zorgkosten, woningonderhoud of aanpassingen aan je huis. Een buffer van 10.000 tot 25.000 euro geeft rust. Houd er rekening mee dat je spaargeld invloed heeft op je belasting en mogelijk op eventuele toeslagen.

Hoeveel heeft de gemiddelde Nederlander?

Ter vergelijking: het gemiddelde spaargeld per leeftijd in Nederland laat zien dat de mediaan rond de 15.000 tot 20.000 euro ligt. Maar dit gemiddelde is misleidend: een klein percentage met zeer veel vermogen trekt het cijfer omhoog. Veel Nederlanders hebben minder dan 5.000 euro spaargeld. Als je dus minder hebt dan de richtlijn, ben je zeker niet de enige.

Wanneer heb je genoeg gespaard?

Is je noodfonds op het gewenste niveau? Dan hoef je niet eindeloos door te sparen op een spaarrekening. Sterker nog: te veel spaargeld kan je geld kosten door inflatie en belasting.

Overweeg deze opties voor geld boven je noodfonds:

  1. Schulden aflossen – Heb je nog een persoonlijke lening of creditcardschuld? Aflossen levert gegarandeerd rendement op. Lees meer over strategieen om schulden af te lossen.
  2. Extra aflossen op je hypotheek – Verlaagt je maandlasten en totale rentekosten.
  3. Beleggen – Voor geld dat je langer dan 5 jaar kunt missen. Indexfondsen zijn de simpelste optie voor beginners en bieden historisch gezien 7-8% rendement per jaar.
  4. Depositorekening – Hogere rente dan een gewone spaarrekening, maar je geld staat vast voor een bepaalde periode. Lees meer over depositorekeningen.

Bekijk ook onze gids: wat te doen met spaargeld – 7 slimme opties.

Hoe bouw je je spaarbuffer op?

Het opbouwen van een spaarbuffer hoeft niet in een keer. Hier zijn praktische stappen:

  1. Stel een concreet doel – Bereken je vaste lasten x 3 (of x 6). Dat is je doelbedrag.
  2. Open een aparte spaarrekening – Houd je noodfonds gescheiden van je dagelijkse geld. Zo voorkom je dat je er onbewust aan komt.
  3. Automatiseer – Stel een automatische overschrijving in op de dag dat je salaris binnenkomt. Zelfs 100 euro per maand is 1.200 euro per jaar.
  4. Begin klein, verhoog geleidelijk – Start met wat je kunt missen. Bij elke salarisverhoging verhoog je het spaarbedrag.
  5. Raak het niet aan – Gebruik je noodfonds alleen bij echte noodgevallen. Een vakantie of nieuwe telefoon is geen noodgeval.

Met 200 euro per maand heb je in een jaar 2.400 euro. In twee jaar 4.800 euro. In vijf jaar 12.000 euro. Het gaat sneller dan je denkt als je consistent bent.

Veelgestelde vragen

Moet ik eerst sparen of eerst schulden aflossen?

Begin met een mini-noodfonds van 1.000 euro. Los daarna je dure schulden af (creditcard, persoonlijke lening). Bouw vervolgens je volledige noodfonds op. De rente op schulden is bijna altijd hoger dan wat je op spaargeld verdient.

Telt spaargeld op een gezamenlijke rekening dubbel?

Nee. Bij de belasting wordt het saldo verdeeld over beide partners. Voor je noodfonds maakt het niet uit op wiens naam het staat, zolang je er beiden bij kunt in geval van nood.

Hoeveel spaargeld is te veel?

Als je meer dan 6 maanden vaste lasten op een gewone spaarrekening hebt staan, verlies je waarschijnlijk geld aan inflatie. Overweeg het surplus te beleggen of een deposito te openen. Let ook op de vermogensgrenzen voor toeslagen als die voor jou relevant zijn.

Gerelateerde artikelen

Meer artikelen

Ontdek meer over sparen, beleggen en slim omgaan met je geld.