Wil je weten hoeveel belasting je betaalt over je spaargeld? In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe de berekening werkt, met concrete rekenvoorbeelden voor verschillende bedragen. Zo weet je precies wat je kwijt bent.
Hoe werkt belasting over spaargeld?
Spaargeld wordt in Nederland belast via box 3 van de inkomstenbelasting. Dit heet officieel ‘inkomen uit sparen en beleggen’. De Belastingdienst belast niet je werkelijke rente-inkomsten, maar rekent met een forfaitair (fictief) rendement.
Dat klinkt ingewikkeld, maar het komt neer op een eenvoudige berekening in vier stappen. Hieronder werken we elke stap uit met een voorbeeld.
Stap 1: Bepaal je totale vermogen op 1 januari
De Belastingdienst kijkt naar je vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Dit is de peildatum. Tel het volgende bij elkaar op:
- Spaargeld op al je bankrekeningen (inclusief betaalrekening)
- Beleggingen (aandelen, obligaties, ETFs, beleggingsfondsen)
- Cryptocurrency (Bitcoin, Ethereum, etc.)
- Contant geld
- Een tweede woning (WOZ-waarde)
- Vorderingen op anderen (geld dat je hebt uitgeleend)
Trek hier je schulden vanaf: persoonlijke leningen, creditcardschulden, belastingschulden, en studieschulden (als je die opgeeft). Er geldt een schuldendrempel van circa 3.700 euro: alleen het deel boven die drempel mag je aftrekken.
Let op: je hypotheek voor je eigen woning telt NIET mee in box 3. Die valt in box 1. Je auto, inboedel en pensioen tellen ook niet mee.
Stap 2: Trek het heffingsvrij vermogen af
Over je eerste spaargeld betaal je geen belasting. Dit heet het heffingsvrij vermogen:
- Alleenstaand: circa 59.357 euro vrijgesteld
- Met fiscaal partner: circa 118.714 euro vrijgesteld (samen)
Alleen het bedrag boven de vrijstelling is belastbaar. Heb je als alleenstaande 80.000 euro? Dan is slechts 23.000 euro belastbaar vermogen.
Stap 3: Bereken het forfaitaire rendement
Dit is de stap waar veel mensen in de war raken. De Belastingdienst kijkt niet naar je werkelijke rente-inkomsten. In plaats daarvan berekenen ze een forfaitair rendement op basis van de verdeling van je vermogen.
De Belastingdienst maakt onderscheid tussen drie categorieen:
- Spaargeld (banktegoeden): laag forfaitair rendement, circa 1,28% in 2026, dat jaarlijks wordt aangepast op basis van de gemiddelde spaarrente
- Beleggingen en overige bezittingen: hoger forfaitair rendement, circa 6,00%
- Schulden: negatief rendement van circa 2,47% (verlaagt je belasting)
Als je alleen spaargeld hebt (geen beleggingen), is je forfaitaire rendement laag. Dit is het gevolg van het Kerstarrest van de Hoge Raad: spaarders worden niet meer belast alsof ze belegden.
De berekening: je belastbare spaargeld x forfaitair rendement = je berekende rendement. Bij 50.000 euro belastbaar spaargeld en 1,28% rendement: 50.000 x 1,28% = 640 euro berekend rendement.
Stap 4: Betaal 36% belasting over het rendement
Over het berekende rendement uit stap 3 betaal je een vast tarief van 36% inkomstenbelasting. In ons voorbeeld: 515 euro x 36% = 185 euro belasting per jaar.
Rekenvoorbeelden
Hieronder vind je concrete berekeningen voor verschillende bedragen. We gaan uit van puur spaargeld (geen beleggingen) en een forfaitair rendement van 1,28%.
Voorbeeld 1: 75.000 euro spaargeld (alleenstaand)
- Totaal vermogen: 75.000 euro
- Heffingsvrij: 59.357 euro
- Belastbaar: 75.000 – 59.357 = 15.643 euro
- Forfaitair rendement: 15.643 x 1,28% = 200 euro
- Belasting: 200 x 36% = 72 euro per jaar
Voorbeeld 2: 100.000 euro spaargeld (alleenstaand)
- Belastbaar: 100.000 – 59.357 = 40.643 euro
- Rendement: 40.643 x 1,28% = 520 euro
- Belasting: 520 x 36% = 187 euro per jaar
Lees het volledige artikel: belasting over 100.000 euro spaargeld.
Voorbeeld 3: 200.000 euro spaargeld (partners)
- Belastbaar: 200.000 – 118.714 = 81.286 euro
- Rendement: 81.286 x 1,28% = 1.040 euro
- Belasting: 1.040 x 36% = 375 euro per jaar
Voorbeeld 4: 500.000 euro spaargeld (alleenstaand)
- Belastbaar: 500.000 – 59.357 = 440.643 euro
- Rendement: 440.643 x 1,28% = 5.640 euro
- Belasting: 5.640 x 36% = 2.031 euro per jaar
Snelle referentietabel
Geschatte belasting bij puur spaargeld, alleenstaand, 1,28% forfaitair rendement:
- 59.357 euro of minder: EUR 0 (onder de vrijstelling)
- 75.000 euro: circa EUR 72 per jaar
- 100.000 euro: circa EUR 187 per jaar
- 150.000 euro: circa EUR 418 per jaar
- 200.000 euro: circa EUR 648 per jaar
- 300.000 euro: circa EUR 1.109 per jaar
- 500.000 euro: circa EUR 2.031 per jaar
Met partner? Trek 118.714 euro af in plaats van 59.357. De belasting is dan aanzienlijk lager.
Spaargeld vs beleggingen: het verschil in belasting
Het maakt voor je belasting veel uit of je geld op een spaarrekening staat of in beleggingen zit. De Belastingdienst rekent met een veel hoger rendement voor beleggingen (circa 6%) dan voor spaargeld (circa 1%). Bij 100.000 euro vermogen (alleenstaand):
- Puur spaargeld: 40.643 x 1,28% x 36% = EUR 187/jaar
- Puur beleggingen: 40.643 x 6,00% x 36% = EUR 878/jaar
Het verschil is bijna EUR 800 per jaar. Dit is waarom het Kerstarrest zo belangrijk was voor spaarders: zij betaalden voorheen belasting alsof ze belegden. Lees meer over spaargeld vs beleggen.
Tips om minder belasting te betalen
- Benut de fiscaal partner-vrijstelling – samen 118.714 in plaats van 59.357 euro vrijgesteld
- Los schulden af voor 1 januari – verlaagt je vermogen op de peildatum
- Doe grote aankopen in december – auto, verbouwing of andere uitgaven verlagen je saldo op 1 januari
- Schenk aan kinderen – binnen de jaarlijkse vrijstelling (circa 6.600 euro per kind)
- Overweeg groene beleggingen – extra vrijstelling + extra heffingskorting
- Voer al je schulden op – vergeet niet je schulden in je aangifte te vermelden
Meer strategieen: legale manieren om minder vermogensbelasting te betalen.
Veelgestelde vragen
Betaal ik belasting over mijn werkelijke rente?
Nee. De Belastingdienst rekent met een forfaitair (geschat) rendement gebaseerd op de gemiddelde spaarrente. Je werkelijke rente-inkomsten doen er niet toe. Als je bank 2% rente geeft maar het forfaitair rendement is 1%, betaal je belasting over 1%.
Wanneer wordt mijn vermogen gemeten?
Op 1 januari van het belastingjaar. Wat je de rest van het jaar doet met je geld maakt niet uit voor de belasting van dat jaar. Lees ook: hoeveel spaargeld mag je hebben in 2026?
Moet ik zelf berekenen hoeveel ik moet betalen?
Nee. De Belastingdienst doet de berekening bij je aangifte. Maar het is verstandig om zelf te controleren of de vooringevulde gegevens kloppen, vooral als je buitenlandse rekeningen of cryptocurrency hebt.