Werkelijk rendement box 3 aangeven in 2026: stappenplan en documenten

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat je niet meer mag worden belast op een fictief rendement dat hoger is dan je werkelijke rendement. Wat dat betekent voor jouw aangifte inkomstenbelasting 2025 (in te dienen vanaf 1 maart 2026), en hoe je werkelijk rendement opgeeft: in deze gids.

Waarom dit relevant is: het Hoge Raad-arrest

Sinds 2017 berekent de Belastingdienst de belasting in box 3 met een fictief (forfaitair) rendement. Voor sommige belastingplichtigen pakte dat ongunstig uit: ze betaalden belasting over rendement dat ze niet hadden ontvangen.

De Hoge Raad oordeelde:

  • Kerstarrest december 2021: de oude box 3-systematiek met vaste percentages is discriminerend.
  • Arrest juni 2024: ook de nieuwe fictieve percentages in de overbruggingswetgeving zijn discriminerend.

Het gevolg: je mag worden belast op je werkelijke rendement als dat lager is dan het fictieve. Dit is vastgelegd in de Tegenbewijsregeling Box 3, die in werking is sinds 1 juli 2025. Bron: Rijksoverheid: box 3 rechtsherstel en overbruggingswetgeving.

Voor wie is opgaaf werkelijk rendement voordelig?

De opgaaf werkelijk rendement is meestal voordelig als:

  • Je beleggingen slecht presteerden (verlies of magere koerswinst). Fictief rendement beleggingen 2025: 5,88%. Haal je dat niet? Dan ben je beter af met werkelijk rendement.
  • Je veel spaargeld hebt op rekeningen met een rente die lager is dan het fictief spaarrendement (1,37% in 2025).
  • Je onroerend goed hebt dat in waarde daalde of geen huurinkomsten leverde.

De opgaaf is meestal niet voordelig als je beleggingen het uitstekend deden of als je hogere rente kreeg dan het fictieve rendement.

Hoe werkt de opgaaf in de praktijk?

In je aangifte inkomstenbelasting 2025 (in te dienen vanaf 1 maart 2026) is er een aparte rubriek voor de opgaaf werkelijk rendement. Je kruist daar aan dat je het werkelijke rendement wilt opgeven en vult de gegevens in.

De Belastingdienst berekent vervolgens op twee manieren:

  1. Belasting volgens fictief rendement (de standaard berekening).
  2. Belasting volgens werkelijk rendement (jouw opgaaf).

Je krijgt de laagste van de twee. Het maakt dus niet uit als je werkelijke rendement toch hoger blijkt: dan krijg je gewoon de fictieve berekening. Maar is het werkelijk lager, dan is dat in jouw voordeel.

Welke documenten heb je nodig?

Voor het opgeven van werkelijk rendement moet je bewijzen wat je daadwerkelijk hebt ontvangen of behaald. Verzamel:

Spaargeld

  • Jaaroverzicht van elke spaarrekening (binnenlands en buitenlands).
  • Bewijs van betaalde of ontvangen rente.
  • Eventuele kosten van de spaarrekening.

Beleggingen

  • Jaaroverzicht of fiscaal jaaroverzicht van je beleggingsplatform (DEGIRO, ABN AMRO, etc).
  • Overzicht van koersresultaat (aan- en verkoop).
  • Dividenduitkeringen (ontvangen en al ingehouden dividendbelasting).
  • Eventuele kosten van het platform.

Onroerend goed (niet eigen woning)

  • WOZ-waarden van 1 januari 2025 en 1 januari 2026 (verschil = koersresultaat).
  • Huurinkomsten over 2025.
  • Eventuele kosten (onderhoud, verzekering, gemeentelijke heffingen).

Schulden

  • Jaaroverzicht van schulden met betaalde rente.
  • Schuldhoogte op 1 januari 2025 en 1 januari 2026.

Wat is “werkelijk rendement” precies?

Werkelijk rendement is volgens de Belastingdienst:

  • Ontvangen rente, dividend en huur
  • Plus de waardeverandering (positief of negatief) van je bezittingen
  • Minus de kosten die direct samenhangen met deze bezittingen

Voor beleggingen tellen dus ook ongerealiseerde koerswinsten en koersverliezen mee, niet alleen wat je daadwerkelijk hebt verkocht. Bron: Belastingdienst: wat is mijn werkelijk rendement.

Rekenvoorbeeld: wanneer is werkelijk rendement voordelig?

Stel: alleenstaande met €200.000 vermogen op 1 januari 2025. Daarvan €150.000 op spaarrekening en €50.000 in een aandelenportefeuille.

Berekening met fictief rendement (standaard, belastingjaar 2025)

  • Spaargeld: 1,37% × €150.000 = €2.055 fictief rendement
  • Beleggingen: 5,88% × €50.000 = €2.940 fictief rendement
  • Totaal fictief rendement: €4.995
  • Heffingsvrij vermogen: €57.684
  • Belastbare grondslag: €200.000 – €57.684 = €142.316
  • Belastingdienst rekent met de samengestelde grondslag, hier vereenvoudigd
  • Belasting: 36% × (€4.995 × verhouding belastbaar deel) = ongeveer €1.300

Berekening met werkelijk rendement

Stel: spaarrente was 1,5% en aandelen zakten 8% (verlies):

  • Spaargeld: 1,5% × €150.000 = €2.250 rente ontvangen
  • Beleggingen: -8% × €50.000 = -€4.000 verlies
  • Werkelijk rendement totaal: €2.250 – €4.000 = -€1.750 (verlies)

Bij een werkelijk negatief rendement betaal je geen box 3 belasting. Het verschil met fictief (waar je circa €1.300 zou betalen) is dus aanzienlijk.

Stappenplan: werkelijk rendement opgeven in aangifte 2025

  1. Verzamel je documenten (jaaroverzichten, WOZ, etc) zoals hierboven beschreven.
  2. Bereken je werkelijke rendement: ontvangen rente + dividend + waardeverandering – kosten.
  3. Vergelijk met fictief rendement: alleen opgeven als werkelijk rendement (significant) lager is. Het is geen verplichting.
  4. Open je aangifte 2025 via Mijn Belastingdienst (vanaf 1 maart 2026).
  5. Vul box 3 in: geef eerst je vermogen op 1 januari 2025 op.
  6. Kies voor opgaaf werkelijk rendement in de daarvoor bestemde rubriek.
  7. Vul de gegevens in: ontvangen rente, dividend, koerswinst/verlies, kosten.
  8. Verzend je aangifte. De Belastingdienst rekent automatisch beide methodes en past de gunstigste toe.

Belangrijkste valkuilen

  • Vergeet niet de ongerealiseerde koerswinst mee te nemen. Veel beleggers kijken alleen naar wat ze hebben verkocht, maar voor box 3 telt ook de papieren waardeverandering.
  • Geld op een rekening-courant (lopende rekening) telt bij hoge bedragen ook mee als spaargeld.
  • Kosten mag je alleen aftrekken als ze direct samenhangen met de bezitting (platform-kosten beleggingen, onderhoudskosten verhuurd onroerend goed). Persoonlijke uitgaven niet.
  • De WOZ-waarde is in box 3 leidend voor onroerend goed, niet wat je er ooit voor betaald hebt.

Veelgestelde vragen werkelijk rendement

Hoe lang van tevoren moet ik beslissen of ik werkelijk rendement opgeef?

De keuze maak je tijdens het invullen van je aangifte 2025. Je kunt de aangifte indienen tot 1 mei 2026 (of langer met uitstel). Je hoeft de keuze niet op voorhand kenbaar te maken.

Kan ik werkelijk rendement opgeven over eerdere jaren?

In sommige gevallen ja. Voor jaren waarover je definitieve aanslag al onherroepelijk is, ben je gebonden aan de fictieve berekening. Voor lopende bezwaarschriften en jaren waarover nog niet definitief is beslist, kan opgaaf werkelijk rendement vaak nog. Vraag dit specifiek na bij de Belastingdienst voor jouw situatie.

Is de tegenbewijsregeling permanent?

De tegenbewijsregeling is een overbrugging. De wetgever werkt aan een nieuw box 3-stelsel waarbij iedereen op werkelijk rendement wordt belast. De ingangsdatum is afhankelijk van het wetgevingstraject en kan 2028 of later worden.

Krijg ik een verlies in box 3 verrekend met andere boxen?

Nee. Box 3-rendement (positief of negatief) wordt apart belast en kan niet worden verrekend met inkomen uit werk (box 1) of aanmerkelijk belang (box 2). Bij een werkelijk negatief rendement is je box 3-belasting nul.

Bronnen

Laatst bijgewerkt: 20 mei 2026. Tarieven en regels op basis van publicaties Belastingdienst en Rijksoverheid.

Meer artikelen

Ontdek meer over sparen, beleggen en slim omgaan met je geld.