Een veelgestelde vraag: hoeveel procent van mijn salaris zou ik opzij moeten zetten? Een richtlijn en uitleg van de 50/30/20-regel.
De 50/30/20 regel
De meest gebruikte richtlijn is de 50/30/20-regel:
- 50% voor noodzakelijke uitgaven: huur/hypotheek, energie, boodschappen, verzekeringen, vervoer naar werk
- 30% voor leefstijl: uitgaan, hobby’s, vakantie, kleding, abonnementen
- 20% voor sparen/vermogen: spaarrekening, beleggen, pensioenopbouw, aflossen
Voorbeeld bij €2.500 netto per maand
- 50% noodzakelijk: €1.250
- 30% leefstijl: €750
- 20% sparen: €500
€500 per maand naar sparen/beleggen lijkt veel, maar over 30 jaar bij 5% rendement levert dat circa €400.000 op.
Wat als 20% niet lukt?
Begin klein. Zelfs 5% (€125 per maand bij €2.500) is een goede start. Verhoog langzaam naar 10%, dan 15%, dan 20% naarmate je inkomen groeit of vaste lasten dalen.
Wat als je veel verdient?
Bij hogere inkomens zou je meer dan 20% kunnen sparen. Een richtsnoer: leef niet hoger naarmate je salaris stijgt (geen “lifestyle creep”). De extra inkomsten gaan dan naar vermogen.
Verdeling binnen het spaargeld
Splits je 20% in:
- Buffer (~3 maandlasten op direct opvraagbaar): tot je daar bent
- Korte termijn doelen (huis, auto, vakantie): spaarrekening
- Pensioen: aanvullen via lijfrente of beleggingen
- Vermogensopbouw lange termijn: brede aandelenindexen
Tips om die 20% te halen
- Automatiseer: zet vaste maandelijkse overboeking op naar spaarrekening op dag van salaris.
- Pay yourself first: eerst sparen, dan uitgeven.
- Verlaag vaste lasten: vergelijk verzekeringen, energiecontracten, telefoonabonnementen.
- Verhoog inkomen: certificaten, switch of bonus.
- Maak een huishoudboekje: zie waar je geld naartoe gaat.
Lees ook
Spaardoel concreet maken: Spaardoel berekenen 2026. Hoe maak je een huishoudboekje: Huishoudboekje maken. Belasting over spaargeld: Belasting over spaargeld 2026.
Laatst bijgewerkt: 20 mei 2026.