Hoeveel belasting betaal je in 2026 over je spaargeld? Het korte antwoord: tot €59.357 per persoon betaal je niets. Daarboven gaat het via box 3 van de inkomstenbelasting. In deze gids leggen we uit hoe de berekening werkt, wat je betaalt bij verschillende vermogens, en wat het Hoge Raad-arrest betekent voor jouw aangifte.
Hoe werkt belasting over spaargeld in 2026?
Spaargeld valt in Nederland onder box 3 van de inkomstenbelasting: belasting over inkomen uit sparen en beleggen. Anders dan box 1 (loon) en box 2 (aanmerkelijk belang) wordt in box 3 niet de werkelijke rente belast, maar een door de Belastingdienst vastgesteld fictief rendement op je vermogen. Daarover betaal je vervolgens 36% belasting.
Sinds de Hoge Raad-uitspraken van december 2021 en juni 2024 mag je belasting laten herrekenen als je werkelijke rendement lager was dan het fictieve. Dat geldt voor alle aangiftejaren waarover nog beroep mogelijk is. Bron: Rijksoverheid: box 3 rechtsherstel en overbruggingswetgeving.
Heffingsvrij vermogen 2026
Pas boven het heffingsvrij vermogen betaal je belasting. Voor 2026 gelden deze drempels:
- Alleenstaande: €59.357 belastingvrij
- Fiscale partners samen: €118.714 belastingvrij (€59.357 per persoon)
Heb je samen met je partner €100.000 spaargeld? Dan betaal je nul euro belasting in box 3. Dit komt namelijk niet boven de gezamenlijke vrijstelling uit. Een uitgebreide uitleg over hoeveel spaargeld je belastingvrij mag hebben in 2026 vind je in ons overzichtsartikel. Bron: Belastingdienst: heffingsvrij vermogen.
Het tarief: 36% in 2026
Over het fictief rendement (niet over je gehele spaargeld) betaal je in 2026 een vlak tarief van 36%. Dat is hetzelfde als in 2025. Tussen 2017 en 2022 was het tarief nog 30 procent, daarna is het in stappen omhoog gegaan.
Hoe wordt het fictief rendement berekend?
De Belastingdienst rekent met drie categorieen:
- Spaargeld: lage rendementsaanname (gebaseerd op gemiddelde spaarrente)
- Beleggingen en andere bezittingen: hoge rendementsaanname (gebaseerd op beurs- en huizenmarktindex)
- Schulden: aftrekpost (gebaseerd op gemiddelde rente langlopende schulden)
De definitieve percentages voor 2026 worden pas medio 2027 vastgesteld. Voor de voorlopige aanslag 2026 gebruikt de Belastingdienst voorlopige percentages. Voor het belastingjaar 2025 (aangifte in 2026) zijn de definitieve percentages: spaargeld 1,37%, beleggingen 5,88%, schulden 2,70%.
Rekenvoorbeeld: belasting over €100.000 spaargeld (alleenstaand, belastingjaar 2025)
Stel je hebt €100.000 op een spaarrekening, geen beleggingen, geen schulden. Dan rekent de Belastingdienst zo:
- Vermogen: €100.000
- Heffingsvrij vermogen: €57.684 (cijfer 2025; in 2026 is dit €59.357)
- Belastbaar deel (rendementsgrondslag): €100.000 – €57.684 = €42.316
- Fictief rendement spaargeld 2025: 1,37% × €42.316 = €579,73
- Belasting: 36% × €579,73 = €208,70
Over een vermogen van €100.000 betaal je dus ongeveer €209 belasting. Dat komt neer op een effectieve belastingdruk van 0,21%.
Heb je werkelijk minder spaarrente ontvangen dan dat fictief rendement? Dan kun je een verzoek tot herrekening indienen volgens de Wet werkelijk rendement box 3.
Belasting over hogere spaarsaldi (belastingjaar 2025)
Indicatieve berekeningen voor verschillende spaarsaldi van een alleenstaande, op basis van de 2025-percentages:
- €75.000: belastbaar €17.316, rendement €237, belasting circa €85
- €150.000: belastbaar €92.316, rendement €1.265, belasting circa €455
- €250.000: belastbaar €192.316, rendement €2.635, belasting circa €949
- €500.000: belastbaar €442.316, rendement €6.060, belasting circa €2.182
Voor het belastingjaar 2026 zal het belastbaar deel gunstiger uitvallen omdat het heffingsvrij vermogen €59.357 is in plaats van €57.684. De definitieve percentages voor 2026 worden later bekendgemaakt door de Belastingdienst.
Wat als je ook beleggingen of schulden hebt?
Het wordt complexer als je naast spaargeld ook beleggingen (aandelen, fondsen, vastgoed) of schulden hebt. Voor elk onderdeel rekent de Belastingdienst met een eigen percentage. Voor beleggingen ligt het fictief rendement veel hoger (5,88% in 2025) dan voor spaargeld. Schulden kun je deels aftrekken van je vermogen, met een drempel.
De volledige berekening doet de Belastingdienst zelf, op basis van wat jij invult bij de aangifte. Wat je zelf moet doen is het saldo per 1 januari opgeven van: spaarrekeningen, beleggingen, eventuele tweede woning, en schulden.
Werkelijk rendement: wat het Hoge Raad-arrest voor jou betekent
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat belastingplichtigen niet meer mogen worden belast op een fictief rendement dat hoger is dan hun werkelijke rendement. Wat dit concreet betekent:
- Heb je in 2025 minder rendement ontvangen dan het fictieve rendement waarover je belast bent? Dan kun je in je aangifte 2026 een herrekening op werkelijk rendement aanvragen.
- Dit geldt vooral voor spaarders met veel vermogen in beleggingen die slecht presteerden, of spaarders waar de werkelijke spaarrente lager was dan 1,37%.
- De wetgever werkt aan een nieuw box 3-stelsel dat vanaf 2028 of later moet gelden, met belasting op het werkelijke rendement.
Voor 2026 geldt nog de overbruggingswetgeving met fictief rendement, maar met de mogelijkheid tot herrekening op werkelijk rendement. Bron: Belastingdienst: wat is mijn werkelijk rendement.
Veelgestelde vragen
Tellen alle spaarrekeningen mee?
Ja, het saldo per 1 januari van alle Nederlandse en buitenlandse spaarrekeningen telt mee voor box 3. Ook spaardepots, spaardeposito’s, en geld op rekening-courant boven het normale dagelijks gebruik.
Telt mijn pensioenpot mee?
Nee. Pensioenaanspraken bij een pensioenfonds vallen niet onder box 3. Wel onder box 3: lijfrentesaldo dat je vrij kunt opnemen, banksparen, en derde-pijler producten zonder fiscale faciliteit.
Hoe geef ik aan dat ik werkelijk rendement wil laten herrekenen?
In de aangifte inkomstenbelasting 2025 (in te dienen voor 1 mei 2026) kun je dit aankruisen. De Belastingdienst vraagt dan om documentatie van je werkelijke rendement: bankafschriften met rente, dividenduitkeringen, en eventuele waardeveranderingen op je beleggingen.
Hoe zit het met fiscaal partnerschap voor box 3?
Fiscaal partners mogen het saldo en de heffingsvrije voet vrij verdelen voor box 3. Dat kan voordelig zijn als een van beiden minder dan €59.357 vermogen heeft.
Bronnen
- Belastingdienst: box 3 vermogensrendementsheffing
- Belastingdienst: heffingsvrij vermogen
- Belastingdienst: berekening box 3-inkomen met fictief rendement
- Belastingdienst: wat is mijn werkelijk rendement
- Rijksoverheid: rechtsherstel en overbruggingswetgeving box 3
Laatst bijgewerkt: 20 mei 2026. Bedragen op basis van officiele publicaties Belastingdienst en Rijksoverheid. De definitieve fictief-rendement percentages voor 2026 worden later vastgesteld.